Een typische obsessieve meisjesvriendschap

‘Ik hoorde gelach en keek op, ik zag de meisjes en bleef kijken.’ Zo begint Emma Clines succesvolle debuutroman over de tiener Evie Boyd die in de ban raakt van een gewelddadige sekte. Ik keek op en bleef kijken… de herhaling is belangrijk, want, zo blijkt al gauw, het imposante De meisjes (The Girls, vertaald door Tjadine Stheeman) gaat in de eerste plaats over kijken en het verlangen gezien te worden.

Iets buitenaards

Het is de zomer van 1969, Evies ouders zijn net gescheiden en haar moeder is te druk met zichzelf om zich met haar veertienjarige dochter bezig te houden. Evie, die net gebrouilleerd is met haar enige vriendin, hangt alleen in het park rond als ze de meisjes voor het eerst ziet.

‘Het was de leeftijd waarop ik andere meisjes direct beoordeelde en classificeerde; ik hield continu de score bij van mijn eigen minpunten, en in een oogopslag zag ik dat het meisje met het donkere haar de mooiste was. Dat had ik al verwacht, nog voordat ik hun gezichten goed had kunnen bekijken. Er hing iets buitenaards om haar heen; een groezelig wijd jurkje bedekte amper haar kont.’

Als Evie de donkerharige Suzanne iets later in een winkel tegen het lijf loopt weet ze contact met haar te leggen, en dat markeert het begin van een typische obsessieve meisjesvriendschap – zo een waarin mateloze bewondering aan verliefdheid grenst. Suzanne en de andere meisjes blijken in een commune te wonen die geleid wordt door de fascinerende en gevaarlijk manipulatieve Russel Hadrick. Evie begint ze regelmatig te bezoeken.

Cline modelleerde de commune naar de beruchte Manson Family en vanaf het begin van het boek is het duidelijk dat de zomer in een bloedbad zal eindigen. Haar roman is een onderzoek naar de beweegredenen van de meisjes: hoe kan een groep gewone vrouwen zo van iemand in de ban raken dat ze niet alleen bereid zijn zich te prostitueren maar ook te moorden? Russels kracht schuilt erin dat hij de meisjes echt lijkt te zien. ‘Zijn ogen leken niet te tranen, te knipperen of weg te kijken. De beschrijvingen van de meisjes bleken te kloppen. Hoe hij me opnam, alsof hij dwars door me heen wilde kijken.’ Zo beschrijft Evie haar eerste ontmoeting met de sekteleider. Nog diezelfde avond krijgt Russel haar zover dat ze hem aan zijn gerief helpt. Toch is het Evie, in tegenstelling tot de andere meisjes, niet echt om zijn aandacht te doen, zij is in de ban Suzanne. ‘Vóór Suzanne had niemand ooit naar me gekeken, niet echt althans, en daarom was zij mijn ijkpunt,’ merkt Evie aan het eind van De meisjes op.

De blik van de ander

Clines roman is een ingebedde vertelling, Evie blikt vanuit het heden terug op die bewuste zomer aan het eind van de jaren zestig. Deze flashbacks worden ingegeven door een ontmoeting met de jonge Sasha, die net als zij al die jaren eerder ook naar een bepaald soort erkenning lijkt te hunkeren. ‘Het verlangen naar liefde straalde zo openlijk van haar gezicht af dat het me in verlegenheid bracht,’ merkt Evie op als het meisje aan haar voorgesteld wordt. En ook Sasha blijkt bereid haar grenzen te verschuiven in ruil voor de zo felbegeerde aandacht. Dit maakt De meisjes tot méér dan een particulier verhaal over een gewelddadige sekte, Cline wil in de eerste plaats iets zeggen over hoe vrouwen van jongs af aan geleerd wordt om zichzelf in de blik van anderen te vinden. De titel van de roman verwijst dus niet alleen naar de meisjes die Russel volgen, maar naar meisjes in het algemeen. In een interview met De Morgen:

‘Uiteindelijk is dit een verhaal over meisjes in de adolescentie en over het verlangen om gezien te worden. Dat verlangen is universeel, en zeker niet uniek voor meisjes. Maar het manifesteert zich bij die groep wel anders, omdat meisjes tijdens het opgroeien geobjectiveerd en geseksualiseerd worden. In die zin is er nog niets veranderd.’

Clines voornaamste troef

Door haar analytisch vermogen slaagt dat Cline er uitstekend in deze boodschap over het voetlicht te brengen. Haar keuze voor een raamvertelling was een buitengewoon verstandige, want door Evie als zestiger naar haar veertienjarige zelf te laten kijken wordt het mogelijk om dat wat er gebeurd is scherp te duiden zonder dat dat onnatuurlijk aanvoelt. Of zoals Jeroen Vullings het in zijn bespreking van de roman schreef: ‘Dát, het alles doorziende perspectief van iemand die met volwassen bezonkenheid kijkt naar wat zich in de jeugdjaren afspeelde, is Clines voornaamste verteltechnische troef.’ Daar komt bij dat Cline er vaak in slaagt om met een paar woorden een hele wereld op te roepen. Wanneer ze Evies schoolvriendin beschrijft bijvoorbeeld: ‘Sinds ons twaalfde waren we dikke vriendinnen, Connie wachtte altijd als een geduldige koe voor mijn leslokaal.’ Even later vertelt ze meer over de vriendschap, maar alles wat we moeten weten, weten we eigenlijk al direct met deze ene zin: de saaie vertrouwdheid tussen de twee meisjes, de simpele ongepassioneerde vriendschap.

Voor Cline aan De meisjes begon, werden er twee korte verhalen en een essay van haar hand in The Paris Review gepubliceerd, op basis daarvan gaf uitgeverij Random House haar naar verluid een voorschot van 2 miljoen om deze roman te schrijven. Een blijk van vertrouwen dat Cline met deze roman ruimschoots oorlooft.

N.B. Ik schreef deze recensie voor Athenaeum.nl.

8 september 2016